Proces

Het proces om biodiesel te maken bestaat uit verschillende stappen. Het gebruikte frituurvet word eerst gezuiverd en naar een vrije vetzuur gehalte (FFA) van max 2% geraffineerd.

De volgende stap is om de olie om te zetten in biodiesel. Dit proces heet verestering. Tijdens het productieproces van biodiesel wordt methanol en een katalysator toegevoegd aan de oliën en vetten, waardoor de glycerol van de oliën en vetten wordt vervangen door methanol. Hierdoor ontstaan er twee producten:

Biodiesel  (hoofdproduct)
Glycerine (bijproduct)

settling

De biodiesel wordt bijgemengd in gewone diesel. In 2020 is het streven om aan de bijmengverplichting van 10% te voldoen. De glycerine is een bijproduct dat kan worden gebruikt als grondstof voor de bio vergisting.

Grondstoffen

Afhankelijk van het soort grondstof kan een 1e of 2e generatie worden geproduceerd. Voorbeelden van grondstoffen oa:

  • Gebruikt Frituurvet (2e generatie)
  • Dierlijk vet cat. 1 (2e generatie)
  • Sojaolie (1e generatie)
  • Maïsolie (1e generatie)
  • Palmolie (1e generatie)
  • Raapzaad olie ( 1e generatie)

De biodiesel die door Biodiesel Kampen B.V. wordt geproduceerd valt onder de 2e generatie biodiesel.